Saté van schouderkarbonaden of kipfilet met pindasaus

500 g schouderkarbonaden zonder bot of kipfilet>marinade: 4 eetlepels ketjap manis – 3 eetlepels olie – 1 theelepel sambal – 1 gesnipperd uitje – 1 uitgeperst teentje knoflook – 1 theelepel basterdsuiker – ½ theelepel ketoembar (= koriander) – ½ theelepel djahé (= gemberpoeder) – ½ theelepel djinten (= komijn) – ½ theelepel laos – ½ theelepel koenjit (= kurkuma of geelwortel)
saus: 5 volle eetlepels pindakaas – 2 eetlepels water – marinadevocht – mespunt sambal – 1 uitgeperst teentje knoflook

Snijd het vlees in vierkante blokjes (niet te groot). Maak een marinade uit genoemde ingrediënten, die u goed vermengd hebt. Doe het vlees in een grote kom en voeg de marinade erbij. Roer het stevig om; dek de kom af en laat haar zeker een nachtje op een koele plaats buiten de koelkast staan. Leg satéstokjes in water. Laat het vlees goed uitlekken. Het vocht vangt u op; u hebt het voor de saus nodig. Dep het vlees droog met keukenpapier en rijg het aan de stokjes. Rooster de saté op de barbecue.
De saus: Laat de pindakaas, samen met het water en marinadevocht in een pannetje warm worden. Als de saus nog te dik blijkt, voegt u gewoon nog wat water toe. Op smaak brengen met de sambal en de knoflook.

Nog geen reacties.
Nog geen trackbacks.