Brabantse ‘veekoeken’

Nodig:

1 kleine savooienkool

500 g half-om-half gehakt

1 uitje, gesnipperd

zout en peper

40 g boter

boter om in te vetten

1 flinke ui, gesnipperd

een scheutje azijn.


Maak de kool schoon en breek de bladeren eraf. Kook deze 10 minuten in ruim water met zout en laat ze goed uitlekken.

Maak het gehakt met zout, peper en het gesnipperde uitje aan en verdeel het in evenveel balletjes als er koolbladeren zijn.

Bak de balletjes in de boter aan alle kanten bruin, maar niet gaar.

Leg de balletjes op de bladeren, rol de bladeren op en bind ze met wat keukengaren vast.

Beboter een ovenschaal en leg de rolletjes erin.

Bak de gesnipperde ui in de bakboter van het gehakt en blus het vet met wat azijn.

Giet dit over de rolletjes.

Dek de schaal met een deksel of met alufolie af, schuif de schaal in een op 220 C voorverwarmde oven en bak de rolletjes 20 minuten.