Erpelfooi

(soms ook aerpelfooi)

Hierover lees ik in de CuBra-rubriek van Pierre van Beek over het Tilburgs dialect het volgende:

De “erpelfooi” (aardappelfooi) vormde eveneens een tractatie, die in het najaar, zo omtrent “Baomis”, aan de

orde kwam. Een niet meer zo jeugdige Tilburger vertelde ons er het volgende van. Vroeger teelden veel particulieren zelf aardappels. Beschikten zij niet over eigen grond, dan werd die bij een boer gehuurd. Men moest de aardappels dan wél zelf steken, maar de boer bracht ze met de kar thuis. Dat was in de pachtprijs begrepen. Bij het rooien hielp het hele gezin van de particulier. Voor de kinderen vormde het aardappelrapen en “opzakken” een grote attractie, want aan het eind van het werk mochten zij met de boer op de kar meerijden, gezeten op de zakken aardappels, die mede de vrucht van hun werken waren. Al dagen van te voren vlaste men op deze attractie. We moeten hierom nu wel een beetje glimlachen, maar in die tijd was een kinderhand gauw gevuld. Waren de aardappelen eenmaal thuis, dan togen vader en moeder naar de boer om uiteindelijk de pacht te gaan betalen. De traditie schreef voor, dat de boer dan zijn pachters onthaalde op boerenmik met koffie. En dat zou dan de “erpelfooi” geweest zijn. Aldus onze zegsman.

Wij verkeren in de mening, dat de boeren ook wel de jongens en meisjes uit de buurt, die bij het rooien van zijn eigen aardappels geholpen hadden, hun helpers op een avondje tracteerden als al de aardappels “uit” waren en dat ook zo’n gezellige bijeenkomst, waar het er onder het jonge volkje uiteraard luidruchtig naar toe ging, de naam van “erpelfooi” droeg.

Toch elders vond ik:

Tijdens de aardappeloogst huurden de West-Brabandse boeren nogal veel extra personeel voor het rooien en rapen van de aardappelen. Als de oogst binnen was en het aardappelloof lag te branden op de akkers, werden alle arbeiders getrakteerd op pannenkoeken met stroop. Het waren vrij dikke gist-pannenkoeken, gebakken in vet of reuzel in een pannenkoek met een doorsnede van wel ca. 30-40 cm.

Van deze pannenkoeken het recept:

Nodig:

500 g tarwebloem

2 eieren

ca. 30 g gist

1 eetlepel suiker

ca. 1 liter lauwe melk

1 theelepel zout

ca. 1½ dl water

vet of reuzel

Bereiding:

Maak een gist-beslag van de eerste 6 ingrediënten en laat dit goed uitrijzen.

Roer er vóór het bakken het lauwe water erdoor.

Smelt vet of reuzen in de koekenpan en bedek de bodem met het uitgerezen deeg.

Laat de koek langzaam bakken. Als de bovenkant droog is geworden, keert men de koek. Baktijd 5-7 minuten.

De koek werd warm geserveerd met suikerstroop. Men dronk er royaal koffie bij, die vooral niet te sterk mocht zijn.