Leverbeuling (bakleverworst)

Vroeger werd de bakleverworst (ook wel leverbeuling genoemd) in de schoorsteen te drogen gehangen. Leverbeuling is vandaag de dag bijna niet meer bij de slager te koop.


Nodig:

2 varkensnieren

1 varkenslever

1 varkenshart

1 kg tarwemeel

500 g gruttenmeel

400 g vet spek, in dobbelsteentjes

zout en versgemalen peper

gemalen kruidnagel

kunstdarmen

reuzel om te bakken


Doe de varkensnieren, de lever en het hart in een pan met ruim water en kook alles gaar.

Verwijder vervolgens alle velletjes en maal het vlees zeer fijn.

Voeg dan het tarwemeel, het gruttenmeel en zout, peper en gemalen kruidnagel naar smaak toe en kneed alles goed door elkaar.

Stop het mengsel in de kunstdarmen (voor de helft vullen, want de worst zet uit) en breng de leverworsten in een pan met ruim water aan de kook. Houd de worsten op laag vuur 30 minuten tegen de kook aan.

De bakleverworst is gaar wanneer er geen beslag meer uitkomt als er in wordt geprikt. Haal de leverworsten uit de pan en leg ze even in koud water.

Laat de bakleverworsten ten slotte enige dagen hangend op een warm donker plekje drogen.

Snijd de leverworst in plakken en bak ze aan beide kanten in hete reuzel.